Top navigatie

Jeugdwerk als broeikas voor een inclusieve samenleving

Jongeren met een beperking kunnen niet vaak terecht in een jeugdvereniging. Er zijn veel drempels en de werking is niet aangepast. In de groepen waar ze wél kunnen deelnemen stopt het verhaal rond 16 jaar. Waar anderen op dat moment leider worden, is er voor jongeren met een beperking geen rol weggelegd. Aan die uitsluiting wil Konekt iets doen. Vanaf 2019 krijgen jongeren met een beperking de kans om leider te worden in vijf grote jeugdorganisaties in Vlaanderen. Dat is een stap voorwaarts naar een inclusieve maatschappij.
Annemie: "Ik was mee als animator op kamp. Toen men ontdekte dat ik ASS had, kon ik niet langer blijven. Iemand met autisme kon toch geen zorg dragen voor kinderen?"

Uitsluiting in het jeugdwerk

Hoeveel personen met een beperking ken je in jouw omgeving? Ze zijn haast onzichtbaar in onze maatschappij. “Ook in het jeugdwerk kom je heel weinig jongeren met een beperking tegen”, zegt Stef Thienpont, medewerker bij Konekt. “Die uitsluiting gebeurt vaak onbewust, omdat het is ingebakken in onze manier van redeneren. En daar willen we iets aan doen.”

Jeroen: "Soms ging ik even aan de kant staan omdat het te druk was voor mij. De andere kinderen en de leiders vonden dat maar raar. Dat was helemaal niet fijn."

Al vele jaren is iedereen het erover eens dat jeugdwerk er voor iedereen moet zijn. Ook voor kinderen en jongeren met een beperking. Dit idee is ondertussen wijdverspreid. Veel jeugdorganisaties hebben afdelingen met een werking exclusief op maat van kinderen met een beperking, en er zijn een aantal inclusieve praktijken.
Stef: “Maar het is tijd voor ‘inclusie next level’! Nog te vaak kijken we vanuit een afhankelijkheidspositie naar personen met een beperking. Inclusie wil zeggen dat personen met een beperking dezelfde kans krijgen en dezelfde rollen kunnen opnemen als personen zonder beperking. Jongeren met een beperking moeten kunnen aansluiten bij elke jeugdorganisatie: als lid, maar ook als leider of in een andere rol.”

Stef van Konekt: "Als we spreken over inclusie dan zijn ‘de kans krijgen’ en ‘rollen opnemen’ de twee keywords!"

Een inclusieve werking met jongeren met een beperking die een rol opnemen, vraagt extra inspanningen. Maar het zorgt wél voor een juist beeld van de samenleving: personen met een beperking willen ook gewoon meedoen.

Hoe ontdek ik mijn talent?

Het jeugdwerk is één van de laatste bastions in onze samenleving waar je nog gewoon jezelf kan zijn. Niets moet en je kan er ontdekken en experimenteren, zonder dat anderen je erop afrekenen. Toch kunnen jongeren met een beperking hier niet voluit aan meedoen. Als ze tóch kunnen deelnemen, dan botsen ze rond hun 16 jaar op een grens: andere jongeren krijgen de kans om animator of leider te worden en een animatorcursus te volgen, maar die mogelijkheid is er niet voor jongeren met een beperking.

Stef: “Het was op het speelplein dat ik zelf ontdekte waar ik goed in ben en wat mijn talenten zijn. Dat was zeer waardevol, want het heeft me mee gevormd tot wie ik nu ben. Die kans moeten jongeren met een beperking ook krijgen.”

Een jeugdorganisatie is de ideale groeiomgeving voor iedereen. Je kan er een rol opnemen die op je lijf geschreven is: spellen bedenken, voor kinderen zorgen, dingen organiseren, logistieke taken doen… Zo krijgt iedereen de kans om te ontdekken wat zijn of haar talenten zijn.

Stef, Konekt: "Iedereen heeft een talent. Het komt erop neer je talent te ontdekken en het te ontplooien in de juiste context."

Iedereen animator

Om jongeren met een beperking de kans te geven om animator te worden, zet Konekt voluit in op de inclusieve animatorcursus. Dat is een cursus om animator of leider te worden, die openstaat voor jongeren met én zonder beperking.

Stef: “Waarom zouden jongeren met een beperking geen animator kunnen zijn? Vaak hoorden we ‘dat dat toch moeilijk zou gaan’. Maar aan de basis van die gedachtegang liggen vooroordelen en foute veronderstellingen. ‘Mensen met een verstandelijke beperking kunnen geen verantwoordelijkheid opnemen voor anderen’, bijvoorbeeld. Dat is een uitspraak waarvan de basis in vraag zou moeten gesteld worden. Is het zo dat iedereen die animator is ook vanaf het eerste moment eindverantwoordelijkheid moet opnemen? Een animator zonder beperking krijgt ook de kans om te oefenen en te falen, in de veilige omgeving. Waarom zou een animator met een beperking dat niet mogen?

We zijn met z’n allen gewoon aan het idee dat iemand met een beperking zorg moet krijgen. Wanneer hij of zij dan zélf in een zorgende rol stapt (zoals een animator), dan vinden we dat raar. En dat is jammer, want op deze manier worden heel veel talenten niet erkend.”

Karolien: "Als ik me aanmeld om een zomerkamp te begeleiden, moet ik telkens weer wachten. Vaak kan ik niet mee omdat er niemand is die mij kan ondersteunen. Terwijl ik perfect zelfstandig ben…"

Er zitten in de traditionele animatorcursus een heleboel drempels die ervoor zorgen dat jongeren met een beperking op dit moment snel afhaken of niet eens aan de cursus beginnen.

Stef: “De cursussen zijn onbewust ontwikkeld vanuit een ableïstisch perspectief. Dat wil zeggen dat men geen rekening heeft gehouden met mensen met een beperking en zich gebaseerd heeft op de zogenaamde standaard: die van personen zonder een beperking. Het tempo van de animatorcursus ligt bijvoorbeeld erg hoog. Er is een tijdsdruk, en dat kan je voelen. De inhoud van de cursus wordt vooral verbaal overgebracht. Visuele hulpmiddelen kunnen jongeren met een beperking helpen om de inhouden zich makkelijker eigen te maken. Vaak vinden de cursussen plaats in lokalen die totaal niet aangepast zijn aan mensen met een (lichamelijke) beperking. Ten slotte doet ook de overheid een duit in het zakje: er worden erg cognitieve vereisten gesteld aan wie het animatorattest wil behalen. Nochtans zijn er nog een heleboel andere kwaliteiten die van iemand een goede animator maken. De focus verschuiven van competenties naar talent zou een mooie eerste stap zijn.”

Dat jongeren met een beperking effectief leider kunnen worden, bewijst de Vlaamse Dienst voor Speelpleinwerk (VDS). Zij startten in 2015 een pilootproject, samen met Konekt, met een eerste inclusieve animatorcursus als resultaat. Konekt leerde veel uit deze samenwerking en besloot om die kennis te borgen en uit te breiden naar meerdere jeugdorganisaties. De opgedane ervaring verankeren we nu via een train-de-trainer-traject.

Het resultaat is een animatorcursus die vanaf 2019 openstaat voor jongeren met een beperking bij Chirojeugd Vlaanderen, Kazou, Hannibal Vakanties, KSA Nationaal en Scouts en Gidsen Vlaanderen.

Inclusief is het nieuwe normaal

In 2019 zullen 52 jongeren met een beperking mee kunnen doen aan een inclusieve animatorcursus bij Chirojeugd Vlaanderen, Kazou, Hannibal Vakanties, KSA Nationaal, Scouts en Gidsen Vlaanderen en de Vlaamse Dienst voor Speelpleinwerk. De impact van deze animatoren zal aanzienlijk zijn. De kinderen waar zij mee zullen omgaan, zijn een nieuwe generatie. Die zullen het maar evident vinden dat personen met een beperking een rol opnemen in hun jeugdorganisatie. Ook op persoonlijk niveau zal er resultaat zijn: de jongere met een beperking krijgt een plaats in de leidersgroep en zal daar vrienden kunnen maken.

Hoe meer jongeren met een beperking een rol kunnen opnemen in een jeugdorganisatie, hoe meer kinderen het maar evident vinden dat jongeren met en zonder beperking samen dingen doen. Daarom zal Konekt er ook op blijven inzetten om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking een rol kunnen opnemen. Een actieve rol kunnen opnemen is cruciaal voor de persoon zelf, maar ook voor onze samenleving. Voor jongeren met een beperking wil dat zeggen dat ze echt deel kunnen uitmaken van de samenleving. Zo kunnen ze iets zinvol betekenen voor een ander en tegelijk doen waar ze goed in zijn.

Foto: Jan Van Bostraeten - Chirojeugd Vlaanderen

* De namen bij de getuigenissen zijn fictief, maar de verhalen zijn echt.