Overslaan en naar de inhoud gaan

Top navigatie

Visietekst co-animator in het jeugdwerk

1. Achtergrond

1.1 Inclusieve animatortrajecten: geslaagde experimenten

Het jeugdwerk is een plaats waar kinderen en jongeren zich uitleven, vrienden maken, nieuwe dingen met vallen en opstaan uitproberen, groeien op hun eigen tempo en hun talenten ontwikkelen. Het Vlaamse jeugdwerk is springlevend en steeds in ontwikkeling. We blinken uit op bepaalde vlakken en zoeken actief kansen en uitdagingen op om echt alle jongeren te kunnen betrekken en versterken. Inclusief jeugdwerk is al jaren een speerpunt van veel jeugdwerkorganisaties. 

Een groot deel van de kinderen en jongeren in het jeugdwerk, willen na verloop van tijd een animatorrol (*1)  opnemen. Dit is voor sommige jongeren niet vanzelfsprekend. Daar zijn verschillende redenen voor. Allereerst zijn de verwachtingen voor een ‘standaard-animator’ nogal hoogdrempelig: je moet verantwoordelijkheid kunnen nemen, je moet kunnen organiseren en plannen, je moet creatief zijn en de zotste spelletjes kunnen maken, je moet deze dan ook nog eens helder en duidelijk kunnen uitleggen, samen kunnen werken met anderen is ook een must, … Deze hoge verwachtingen zien we ook in de officiële animatorcompetenties. Om dit allemaal te kunnen heb je bepaalde cognitieve en emotionele vaardigheden nodig. Voor sommige jongeren zijn deze vaardigheden net struikelblokken. Daarnaast zijn er ook weinig rolmodellen en goede voorbeelden van jongeren met bijvoorbeeld een beperking die een animatorrol opnemen. Bij sommige ouders kan een begeleider met een beperking of psychische problemen vragen oproepen. Vragen die misschien niet nodig zijn.

VDS startte in 2015-2016 met de eerste co-animatortrajecten om jongeren met een beperking de kans te geven om een rol als animator in het jeugdwerk op te nemen. Jongeren met een beperking konden mee op animatorcursus met VDS, de cursus werd toegankelijker gemaakt voor hen. Daarna werd er gezocht naar een geschikte rol op een speelplein, op maat van de talenten en ondersteuningsnoden van de jongere met een beperking. 

In navolging van dit voorbeeld, sloegen vijf andere jeugdwerkorganisaties de handen in elkaar om ook in hun organisaties jongeren met een beperking de kans te geven om een animatorrol op te nemen. Chirojeugd Vlaanderen, Hannibal, Kazou, KSA en Scouts en Gidsen Vlaanderen stelden in 2018-2019 hun animatorcursussen open voor deelnemers met een beperking of ontwikkelingsstoornissen. De organisaties begeleiden deze jongeren in de zoektocht naar een rol op hun maat in het jeugdwerk. 

In deze inclusieve cursussen ligt de nadruk op aanpassingen en ondersteunen op maat. Deelnemers met een beperking worden begeleid voor, tijdens en na de cursus. Door de aanpassingen en de extra ondersteuning werken de organisaties drempels weg en creëren ze de optimale omstandigheden waardoor de deelnemers zoveel mogelijk kunnen oppikken uit deze cursussen en zo zoveel mogelijk kunnen groeien. Het einddoel van deze trajecten is jongeren toeleiden naar een animatorrol op hun maat in hun jeugdwerking, ondanks de drempels die er zijn. Een attest behalen is niet het voornaamste doel. 

In het zoeken naar de meest geschikte manier van attesteren voor deze trajecten, kwamen verschillende meningen naar boven, elk gestoeld op de visie en praktijk van de verschillende organisaties. Om tot dit voorstel te komen, werden ook andere jeugdwerkorganisaties geconsulteerd en volgden we de meerderheid van de betrokken jeugdwerkorganisaties in de vraag naar een apart co-animatorattest.

*1 Dit is iedereen die een rol opneemt als begeleiding van jongeren in het jeugdwerk: moni, leiding, begeleiding, … We zijn er ons van bewust dat dit in elke organisatie anders wordt ingevuld alsook dat in sommige organisaties lang niet alle begeleiding/leiding/moni’s/… effectief een animatorattest hebben. Voor de gemakkelijkheid gebruiken we in deze tekst de overkoepelende term ‘animator’ om te verwijzen naar de persoon die een rol als begeleiding van kinderen en jongeren opneemt. 

1.2 Doel van deze tekst

Met deze tekst gaan we op zoek naar een manier van het attesteren van jongeren die niet in het traditionele animatorhokje passen, zodat het hele jeugdwerk die op dezelfde manier kan toepassen. Zo krijgen deze jongeren overal dezelfde erkenning en waardering. Tegelijk scheppen we een duidelijk kader waardoor deze jongeren op een geruste manier op zoek kunnen gaan naar hun ideale plaatsje in het jeugdwerk. 

1.3    Achtergrondinformatie

Onder begeleiding van Konekt tekenden zes organisaties een traject uit waarmee jongeren met een beperking in hun organisaties kunnen doorgroeien naar een ‘animatorrol’. De trajecten die we hiervoor uittekenden, lijken op elkaar maar hebben toch elk hun eigenheid, gestoeld op de organisatie waarbinnen ze plaatsvinden. 

Voor meer achtergrond over onze trajecten en over jongeren met een beperking in een animatorrol, verwijzen we naar de volgende informatie. 

2. Voorstel attestering jongeren met een beperking

Ons voorstel is om een nieuw attest te creëren, namelijk een co-animatorattest. We willen op dit moment géén officieel attest van de Vlaamse overheid, naast de drie andere bestaande attesten (animator, hoofdanimator en instructeur). We vrezen dat de regelgeving die bij een officieel co-animatorattest komt kijken te star zal zijn voor de flexibiliteit die deze trajecten vragen. In deze trajecten wordt er immers heel veel op maat van de jongeren en hun ondersteuningsnoden gewerkt. We kopen wat tijd en experimenteerruimte voordat we officiële beleidsmaatregelen nemen rond de manier van attesteren van jongeren die niet op voldoende wijze de animatorcompetenties kunnen behalen.

We sluiten niet uit dat we op termijn wel aankloppen bij het departement met de vraag om een officieel co-animatorattest te erkennen of om de voorwaarden van het huidige animatorattest inclusiever te maken zodat meer jongeren het animatorattest kunnen behalen. 

We willen ook nog benadrukken dat het attesteren van jongeren met ondersteuningsnoden niet de belangrijkste stap is in het inclusiever maken van leidingsploegen. Het ondersteunen en begeleiden van deze jongeren op weg naar een animatorrol op basis van hun talenten is de kern van de zaak. Dit doet elke organisatie op diens eigen manier. Over attesteren zoeken we wel naar een gezamenlijke aanpak.

3. Wat is een co-animator? 

Een co-animator is een jongere die door omstandigheden die buiten diens wil liggen drempels ervaart om aan alle animatorcompetenties te voldoen maar wel diens talenten wil inzetten in een animatorploeg. Dit kan gaan over een verstandelijke beperking, een ontwikkelingsstoornis, langdurige psychische problemen,  …  (*2) Een co-animator neemt op basis van diens talenten en met de nodige ondersteuning een aantal deeltaken van een animatorrol in het jeugdwerk op zich. De concrete invulling van een co-animatorrol is maatwerk en kan daarnaast door elke organisatie anders worden ingevuld. Dit is net zoals een animatorrol, die nu ook in elke organisaties ietwat verschillend wordt ingevuld. 

In het bepalen van het pakket aan (deel)taken dat een co-animator uitvoert wordt rekening gehouden met de talenten en groeivragen van de jongere in kwestie en met de ploeg waarin die zal opgenomen worden. Dit wordt steeds beslist in samenspraak met de jongere zelf en de animatorenploeg waarin de co-animator een rol opneemt en eventueel een ondersteuner.

Een co-animator vindt zelf een meerwaarde in diens rol in het jeugdwerk en is tegelijk ook een meerwaarde voor de werking waarvan die deel uitmaakt. Een co-animator is een volwaardig lid van de animatorenploeg. Een co-animatorattest is geen ‘animatorattest-light’ of een troostprijs, maar een specifieke rol in het jeugdwerk.

Voor co-animatoren gelden andere verwachtingen dan voor animatoren. Natuurlijk zijn alle animatoren ook verschillend in wat ze wel en niet kunnen of graag doen en wordt er van verschillende animatoren ook verschillende dingen verwacht. Het verschil ligt erin dat co-animatoren een beperktere verantwoordelijkheid hebben dan de gemiddelde animator. Ze moeten dus niet per se voldoen aan alle verwachtingen die anderen (leden/ouders/…) hebben t.o.v. animatoren. Zo kunnen deze jongeren met een gerust gevoel en zonder te veel druk deel uitmaken van een animatorenploeg. Dat leidt dan weer tot een positieve ervaring voor zichzelf, wat hun zelfvertrouwen ten goede komt. Co-animatoren focussen vooral op het ontwikkelen van hun talenten in het jeugdwerk in de rol die ze opnemen.

*2 We breiden dus de insteek van jongeren met een beperking of een ontwikkelingsstoornis uit naar een breder doelpubliek. We kiezen er ook voor om geen volledige lijst van redenen te geven waarom iemand co-animator zou kunnen zijn. Elke aanvraag voor extra ondersteuning in een animatortraject of voor een co-animatortraject wordt individueel behandeld. 

3.1 Waar trekken we de lijn?

Een lijn trekken tussen animator en co-animator is niet eenvoudig, net omdat er zo op maat gewerkt wordt en er in elke organisatie andere verwachtingen zijn t.o.v. leiding/moni’s/animatoren/… In elke animatorenploeg zijn er ook verschillen in hoe goed de verschillende animatoren de animatorcompetenties beheersen, en dit evolueert ook doorheen hun engagement.

We willen zeker niet dat iemand met een beperking of iemand die bepaalde delen van de animatorrol niet (goed) beheerst per definitie een co-animatorattest krijgt. Een animatorattest kan ook een mogelijkheid zijn.

We stellen daarom voor om een aantal toetsstenen te gebruiken, waarmee organisaties op hun eigen manier een onderscheid kunnen maken tussen animator en co-animator: 

  • Zelfinzicht: kent de jongere in kwestie diens ‘handleiding’? Kan die aangeven welke ondersteuning die nodig heeft? 
  • Basisveiligheid garanderen: kan de jongere voor de nodige basisveiligheid (fysiek + emotioneel) zorgen bij een groep kinderen of jongeren? 
  • Groei: vertoont de jongere voldoende groei in de competenties van het animatorprofiel?

Deze toetsstenen zijn geen harde grens, maar eerder criteria die organisaties kunnen gebruiken om in te schatten wat de meest geschikte rol is voor de persoon in kwestie. De criteria zijn volgens ons ook alle drie van belang, enkel op één criteria beoordelen zou niet volstaan om een grens te trekken. Elke organisatie is vrij om deze toetsstenen te vertalen en te interpreteren naar de verwachtingen en noden van de eigen organisatie. We vinden het ook heel belangrijk dat de jongere zelf betrokken wordt in de positieve keuze om ofwel voor een animator- of co-animatorattest te gaan. 

Ook zien we een soort ondergrens voor co-animatoren. We denken dat co-animator geen gepaste rol is voor wie een bedreiging vormt voor de fysieke en emotionele veiligheid van kinderen. We sluiten hierbij groei in de toekomst niet uit. Wie nu geen co-animator kan zijn, kan dat later misschien wel nog worden.

3.2 Hoe definitief is een co-animatorattest?

Een co-animatorrol staat niet vast voor het leven maar wordt regelmatig geëvalueerd en aangepast aan de veranderende omstandigheden, interesses en/of ondersteuningsnoden. Dit vraagt opvolging en begeleiding vanuit de jeugdwerkorganisatie. Daarnaast sluiten we niet uit dat bij voldoende groei over langere termijn de co-animator alsnog voor een animatorattest gaat.

4. Het traject van een co-animator

We stellen voor om het traject van een co-animator in een aantal grote stappen gelijk te laten lopen en hierover een aantal gezamenlijke afspraken te maken in de verschillende organisaties die zullen werken met het co-animatorattest, net zoals dat nu ook is voor (hoofd)animatoren en instructeurs. 

Niet alle jongeren met een beperking die een animatorrol willen opnemen, zullen op cursus gaan. In sommige organisaties is het niet per se nodig om op cursus te gaan als je een animatorrol wil opnemen. Die organisaties kunnen voor jongeren met bepaalde ondersteuningsnoden die leiding willen worden ook een ondersteuningstraject opzetten waarin ze de animatorenploeg en de jongere zelf begeleiden in hun zoektocht naar een geschikte rol. Die trajecten zijn ook een ontzettende meerwaarde in het kader van meer inclusief jeugdwerk. Belangrijk hier is om te luisteren naar of de jongere met ondersteuningsnoden zelf wel of geen attest wilt. 

In deze visietekst willen we een traject mét cursus uitstippelen voor wie een co-animatorattest wil behalen.

4.1 Voor het traject

Een jongere die extra ondersteuningsnoden heeft kan dit op voorhand kenbaar maken aan de organisatie waarbij die een animatorrol wil opnemen. Eventueel kan de vraag ook gesteld worden door diens omgeving (animatorenploeg, ouders, …). Er wordt idealiter een voortraject opgestart. In dit voortraject kan de organisatie voorafgaand aan de cursus persoonlijk kennismaken met de jongere, en andersom. Er is ook ruimte om te polsen naar de motivatie en ondersteuningsnoden van de jongere. Tegelijk kunnen de wederzijdse verwachtingen afgestemd worden. 

We adviseren een open blik hier, zodat het niet sowieso vanzelfsprekend is dat iemand met ondersteuningsnoden hoe dan ook voor het co-animatorattest gaat. We willen met andere woorden niet uitsluiten dat iemand met ondersteuningsnoden een animatorattest kan behalen. We pleiten voor zoveel mogelijk maatwerk en ondersteuning tijdens het traject zodat de jongeren in kwestie zoveel mogelijk kansen krijgen om te groeien en evenveel op te steken uit de cursus dan de andere deelnemers. Dat is immers in de eerste plaats de bedoeling van een dergelijk ondersteuningstraject.

Op welk moment in het traject de beslissing wordt genomen of iemand voor animator of co-animator gaat, is een keuze die elke organisatie zelf kan maken, mits die open blik.

4.2 Op cursus

De co-animatoren in spe gaan mee op een animatorcursus. We organiseren geen aparte cursussen voor hen. De cursus wordt wel aangepast, zodat die zo toegankelijk mogelijk wordt en ineens al een afspiegeling is van de context waarin de co-animatoren later terecht kunnen komen. Flexibiliteit en maatwerk zijn hierin sleutelwoorden. De deelnemers van het co-animatortraject zullen waarschijnlijk extra ondersteuning nodig hebben in deze cursussen. Elke organisatie kiest zelf hoe ze dit aanbieden, maar het is veilig om aan te nemen dat dit extra energie zal vragen. 

Het kan ook gebeuren dat er pas tijdens een cursus opgemerkt wordt dat een deelnemer extra ondersteuningsnoden heeft. Ook op dat moment kan er nog een traject op maat worden opgestart, met extra begeleiding en later een beslissing over welk attest de ideale uitkomst is. 

De  deelnemers van het co-animatortraject moeten niet per se 50u cursus volgen. Dit is voor sommigen van hen te zwaar  en vormt daardoor al een nieuwe drempel om niet deel te nemen. De begeleiding kan dan samen met de deelnemer bekijken welke sessies echt interessant zijn en welke eerder over te slaan zijn, op maat van diens talenten en de rol die opgenomen wordt. 

Deelnemers waarbij het al voor de cursus duidelijk is dat ze een rol als co-animator zullen opnemen, kunnen werken met een apart trajectboekje dat vooral focust op talenten.

4.3 Na de cursus

Na de cursus volgt er een oefentijd voor de co-animatoren. Elke organisatie bepaalt zelf wat ‘voldoende’ oefentijd is. Kernwoorden hier zijn kansen geven, mogen proberen en mogen mislukken, begeleiding bieden en ondersteunen. Aan het begin van de oefentijd wordt er samen met de jongere, de animatorenploeg en de cursusbegeleiding gezocht naar een ideale rol voor de co-animator in de animatorenploeg. Met de nodige begeleiding kan die dit nu ontdekken en op eigen tempo nieuwe dingen uitproberen. 

4.4 Reflectiemoment

Na de oefentijd volgt er een reflectiemoment. Hierop blikken de betrokken partijen terug op het afgelegde traject en op waar de jongere nu staat. Omdat een co-animatorattest uitgaat van maatwerk en het inzetten van talenten met de nodige ondersteuning in een specifieke setting of context, gaan we ervan uit dat de deelnemer het co-animatorattest zal krijgen.

Er kan op dit moment ook nog beslist worden om alsnog voor een animatorattest te gaan. Hier zal dan misschien nog wat cursus- en/of stagetijd moeten ingehaald worden om te voldoen aan de vereisten van het decreet kadervorming.

4.5 Attest

Het co-animatorattest is in alle organisaties hetzelfde en bevat informatie over de jongere, over de organisatie waarbij het attest behaald werd en het moment waarop dit gebeurde. Het trajectboekje vormt een verduidelijkende bijlage bij het attest, die achtergrond en context schetst rond de talenten en ondersteuningsnoden van de jongere in kwestie en over welke rol die al opgenomen heeft in het jeugdwerk. 
 

5. De toekomst van co-animator

Het project dat we met de vijf eerdergenoemde organisaties hebben opgestart, loopt in december 2019 af. De kennis en expertise die we opbouwden verduurzamen we op dit moment in onze eigen organisaties. Maar het einde van het project mag geen eindpunt zijn voor andere co-animatortrajecten. We zoeken samen met de lezers van deze visietekst naar een plaats waar het gegeven co-animator kan landen. 

Een aantal vragen komen nog in de komende maanden op ons af.
Rond consolidatie en verdere verspreiding van onze knowhow: 

  • Waar landt de expertise en knowhow die de bovengenoemde organisaties hebben opgebouwd? 
  • Waar is informatie over ‘wat is een co-animator’ het beste op zijn plaats? 
  • Bij welke instantie kunnen organisaties die een co-animatortraject willen opstarten terecht voor ondersteuning? 
  • Wie of wat ondersteunt en bewaakt het kader rond dit co-animatorattest? (denk o.a. aan: uitwisseling voor organisaties die met co-animatortrajecten werken, uitwerken van gezamenlijke producten, …) 
  • Rond draagvlak creëren voor het co-animatorattest
  • Hoe garanderen we dat ook co-animatorattesten worden erkend door jeugddiensten die subsidies geven aan lokale werkingen?